De verschillende dansen

ENGELSE WALS: “Romantisch zweven over de dansvloer”

De Engelse Wals roept een melancholieke, romantische sfeer op en brengt je direct bij oude films waarin Fred Astaire en Ginger Rogers schitterden. Bij de Engelse Wals ligt het accent op de eerste maat.

Deze ballroomdans heeft het minste basisstappen van alle dansen en wordt gekenmerkt door een golvende beweging. Ook al houdt men het voetenwerk simpel, toch is het een vrij inspannende dans waarbij de paren steeds op het juiste moment moeten rijzen en dalen. Hierdoor lijkt het voor het publiek alsof het danskoppel zweeft op de muziek.

De voorloper van de Engelse Wals is de Boston, die reeds in 1874 overwaait uit Amerika. Opmerkelijk bij de Boston is dat het paar naast elkaar staat en niet in de nu gekende danshouding. Na de Eerste Wereldoorlog krijgt de Engelse Wals meer vorm en in 1921 legt men de basisfiguur vast: stap, stap, sluit. Deze basisfiguur verandert een zestal jaar later in stap, zijwaarts, sluit.

QUICK STEP: “Een vrolijk vluggertje op de dansvloer”

In de jaren twintig spelen de bands de (Slow)Foxtrot veel te snel en dit tot ongenoegen van het dansende publiek. In de kranten spreekt men in die tijd dan ook over een ‘Quick-Time-Foxtrot’. Deze snelle versie is blijven bestaan onder de naam Quick Step. In feite is deze standaarddans een snelle Slow Foxtrot met elementen van de Charleston.

Snelheid, bewegen en draaien staan centraal in de Quick Step. Het is de enige ballroomdans waarbij de koppels gelijktijdig én met beide voeten tegelijkertijd loskomen van de vloer. De danskoppels schieten over de dansvloer alsof ze op hete kolen dansen.

Omwille van de snelheid ligt de focus van de bewegingen bij het ‘quick’-stuk op de tenen en neemt men het ‘slow’-gedeelte op de hiel. Tijdens het dansen ligt het accent op de eerste en derde maat.

TANGO: “Verleidelijk dansen met een Argentijnse arrogantie”

De Tango is met zijn Argentijnse roots een buitenbeentje in het ballroomdansen. Zijn niet-Europese uitstraling laat zich vooral gelden in de danshouding en de zwoele ondertoon. Bij de Tango staat de dame nog meer rechts van de heer (voor de dames links). Ook karakteristiek voor deze verleidelijke dans zijn de duidelijke verschillen tussen de slows en quicks, de krachtige draaien van het hoofd en de vele pauzes en poses. De houding en de uitstraling van de dansers op de dansvloer vereist enige arrogantie.
 
De Tango heeft zijn oorsprong in het Zuid-Amerikaanse Argentinië waar men als eerste de ‘Baile con corte” danst in de ordinairste wijk van Buenos Aires. "Baile con corte" is de voorganger van de Tango en betekent  "dans met een rust". De introductie van deze zwoele dans in 1900 in Parijs verloopt zonder succes. Vooral de Franse bisschoppen zijn hevige tegenstanders van de Tango omdat deze onzedelijke praktijken indruisen tegen de sacramenten.

De Tango-gekte bereikt in 1915 ook New York. In de New York Times verschijnt er een waarschuwingsbericht met de kop: het Tango-gevaar, groter dan het Duitse imperialisme. In 1924 ontdekt Dr. Boheme uit New York zelfs een nieuwe ziekte: de tango-voet.

SLOW FOXTROT: “Op een elegante en gracieuze manier één worden”

De Slow Foxtrot is een elegante en gracieuze dans waarbij een goede techniek uiterst noodzakelijk is. Tijdens het dansen ligt het accent op de eerste en derde maat. De dansers moeten op de langzame maat van de muziek een perfecte controle behouden over hun bewegingen.

Centraal staat ook bij deze dans het gelijktijdig rijzen en dalen van het danskoppel. Dit draagt in hoge mate bij aan de elegantie en de glooiende beweging van deze dans. Door de hoge moeilijkheidsgraad van de Slow Foxtrot is dit de dans bij uitstek om talentvolle, professionele paren te herkennen. Als je deze ballroomdans onder de knie hebt, vormen de andere dansen geen probleem meer.

Tijdens de zomer van 1914 verschijnt de acteur Harry Fox met Yansci Dolly in een New Yorkse show. De act van Harry is een groot succes en in hun enthousiasme kopiëren de toeschouwers al snel de Harry-act die nadien de ‘Fox’s Trot’ wordt genoemd.

WEENSE WALS: “Duizelende draaien uit het Sissi-tijdperk”

De Weense Wals brengt je direct terug naar de vergane glorie van pompeuze bals aan het Engelse en Oostenrijkse hof. Prachtig gedecoreerde danszalen met marmeren trappen en natuurlijk de alombekende Sissi-jurken.

Bij de Weense Wals vragen de fleckerls (snelle draai op de plaats) de meeste concentratie. Om niet duizelig te worden focussen de dansers zich op een vast punt in de zaal. De kunst van de Weense Wals zit hem in het goed inspelen op je danspartner waardoor deze niet uit balans geraakt. Tijdens het dansen ligt het accent op de eerste maat.

Deze zeer oude dans zorgt voor veel controverse. In die tijd wordt de wals aanzien als een onkuise dans die alleen gehuwde dames mogen uitvoeren. Niettegenstaande eisen nu zowel het Duitse Beieren als Parijs de oorsprong van de wals op. In de ‘Nachtanz’ uit de 12e en 13e eeuw kan men het begin van de wals herkennen. Toch zou volgens een artikel uit het Parijse blad "La Patire" de wals onder de naam Volta, voor het eerst op 9 november 1178 in Parijs gedanst zijn.

CHA CHA CHA: "Snelle, korte bewegingen met een ondeugend karakter”

De Cha Cha Cha is met zijn zeer herkenbaar en gemakkelijk ritme wellicht de meest bekende latin dans. De paren dansen vooral individueel en met veel korte en snelle bewegingen. Deze levendige en ondeugende dans heeft dezelfde basispassen als de Rumba, maar wel een ander ritme.

De oorsprong van de Cha Cha Cha ligt in het Zuid-Amerikaanse Cuba en rond 1950 verschijnt hij voor het eerst in de Amerikaanse danszalen.

Deze positiedans, waarbij de koppels maar weinig afstand afleggen op de dansvloer, is gebaseerd op een chasse-beweging (drie achtereenvolgende passen), die steeds samenvalt met de accenten in de muziek. In deze dans ligt het accent op de eerste maat.

RUMBA:  “Opzwepende verleidingsdans vol vrouwelijke passie”

De Rumba is een erotisch gepassioneerde dans waarbij de lady de gentleman probeert te domineren met haar vrouwelijke charmes. Op de opzwepende muziek daagt ze met verleidelijke heupbewegingen haar mannelijke danspartner uit om hem daarna terug af te stoten.

Bij deze goed gechoreografeerde dans zijn alle ogen gericht op de dame en speelt de man slechts een bijrol. De vrouw zal de Rumba steeds eindigen in een afwijzende positie. In deze dans ligt het accent op de vierde maat.

Deze oudste Latijns-Amerikaanse dans gaat terug tot in de 16e eeuw en komt in Amerika met de Afrikaanse slaven die hun danscultuur trouw blijven. De Rumba ontwikkelt zich in de jaren '30 als een Cubaanse dans en is nog steeds de meest verspreide Rumba-variant die als algemeen aanvaarde standaard geldt.

JIVE: “De individuele dans van de rebellerende jeugd”

De Jive voert je terug naar de traditionele dance halls van de jaren ’30. De progressieve dans wordt van in het begin gelijkgesteld met jeugdigheid en verstoort uitermate het kloksgewijs dansen van de afkeurende volwassenen. Walter Laird legt de techniek van de Jive vast waarin snelheid en zich uitleven centraal staat. In deze dans ligt het accent op de tweede en vierde maat.

Je kan twee stijlen onderscheiden waarbij de ene meer nadruk legt op de kicks en de andere meer op de heupen en het bovenlichaam van de dansers. Hoewel bij de Jive continu contact met de danspartner niet nodig is, is de interactie met het publiek wel enorm belangrijk.
 
De Jive stamt uit de Noord-Amerikaanse getto’s en verovert na 1940 samen met de geallieerde troepen het Westen onder de naam "Jitterbug". Je kan hem dus een beetje bekijken als een soort bevrijdingsdans.

PASO DOBLE : “Dansend stierengevecht in een Spaanse arena”

Met de Paso Doble waan je je steevast in een Spaanse arena. Bij deze temperamentvolle en dramatische dans vertolkt de heer, de matador, en de dame, de rode cape.

Met zijn overheersende, trotse houding straalt de man macht en waardigheid uit, terwijl de vrouw onderdanig zijn bewegingen volgt. Naast de invloed van het stiergevecht vind je ook elementen van de Flamenco terug.

Tijdens het dansen ligt er een licht accent op de eerste maat waarbij vooral de "lopende" bewegingen van de heer centraal staan. Deze typisch Spaanse dans met karakteristieke marsmuziek is ook erg in trek in Frankrijk onder de naam ‘Pas de deux’.

SAMBA: “Uitbundige carnavalssfeer in het bruisende Rio”

De Samba doet ons direct denken aan Brazilië en is ook de Braziliaanse carnavalsdans bij uitstek. Jaarlijks brengt de legendarische carnavalsstoet in Rio deze vrolijkste dans ter wereld. Het West-Afrikaanse woord ‘Samba’ betekent letterlijk bidden of oproepen van voorouderlijke geesten. De uiterst ritmische dans zou naar het schijnt de mensen zodanig ophitsen dat het een soort van trance teweegbrengt.

Bij de Samba ligt het accent op de tweede maat. De typische ‘bounce’-beweging en de korte en snelle bewegingen zijn karakteristiek voor deze levendige dans. Er bestaan vele versies van de Samba met elk een ander ritme, tempo en sfeer, maar de Westerse variant is een van de meest opwindende.

De Samba is oorspronkelijk een vrolijke, lichtzinnige dans van de Bantu-negers uit Afrika, maar ontwikkelt zich verder in Brazilië. In 1924 waait deze uitbundige dans over naar Europa om daar met zijn vrolijke karakter meteen hoog te scoren op de lijst van favoriete dansen.

 
 

 
 

Nieuwe fragmenten

Sterren op de Dansvloer programma informatie

Bekende gezichten die zich wagen aan Weense wals, cha cha, paso doble, Engelse wals, tango en andere ballroom-stijlen, daar draait Sterren op de Dansvloer volledig rond. De personalities die de stap naar de geboende parketvloer durven wagen, kunnen rekenen op de intensieve begeleiding en training van professionele dansers. En uiteraard beoordeelt een professionele jury hun prestaties wekelijks en ziet kijkend Vlaanderen week na week hoe de bekende gezichten zich ontpoppen tot ervaren stijldansers.

 

Extra