SONGTEKST: Kommil Foo - 1000 Terrassen in Rome

Dag Mr Kaëll, mag ik Bart zeggen? Ik heb u iets te vertellen, iets uit te leggen…

het was een ochtend, lang geleden, zo’n slordige 30 jaar, ik zat koffie te drinken in mijn kamerjas, mijn zwarte peignoir…als ik plots door het raam mijn stokoude buurvrouw verwoed zie zwaaien: help help… paniek in de ogen, helemaal aan het flippen, halsstarrig voor mijn raam op en neer wippen…

Dus ik schiet mijn jas in, loop naar buiten, heldhaftig, niet te stuiten…Bleek het gewoon een sanitair probleem, wc verstopt, maar wel extreem, haar pot stond op het punt over te lopen…dus ik behulpzaam op mijn buik onder dat toilet gekropen en voor ik het wist, lag ik aan een dikke buis te sjorren, te trekken, te wrikken, zachtjes tikken met een hamer: pot-vast die buis, geen beweging in te krijgen, kreunen , vloeken, hijgen… ik denk ik geef er één goeie lel op, 1 buitenaardse lel van ik zal u gaan hebben: Bam! Keihard! Echt Bart, echt… ge wilt het niet weten. De hel. Niet meer of niet minder: de hel. Gewoon door die enorme lel, een knoert van een gat in die buis… en uit dat gat, ge voelt mij al komen…begon toch ineens de drek te stromen, wat zeg ik stromen? Spuiten! Stront tot tegen het plafond! Tegen de ruiten! Binnen de kortste keren zwòm ik in de smurrie. Van kop tot teen in die bruine stinkende smurrie. En toen, Bart, exact op dat moment, hòòr ik op een radio die boven stond te janken, een aantal klanken, luid, niet aan te ontkomen, terwijl ik de stront langzaam mijn oren in voel stromen, hoor ik: 1000 terrassen in Rome…

Maar nergens ter wereld een plek om thuis te komen

Maar nergens ter wereld een plek om thuis te komen

Mr kael, nog 1 ding, een laatste, tegelijkertijd misschien het delicaatste, ik zag je op tv, een tijd geleden, ik denk een maand of twee, jij en je man die naast elkaar aan tafel zaten praten, rustig, hoffelijk, mekaar de ruimte laten, grapje hier, grapje daar, wat plagen, wat duwen, wat trekken, mekaar de hele tijd attent betrekken in het gesprek, aan liefde duidelijk geen gebrek, wat zeg ik? Liefde? Ze spatte ervan, jij en je man: ik zat met grote ogen te kijken, stond op het punt te bezwijken voor een gedachte die ik maar zelden heb: wat zijn ze mooi samen! Ik die zoiets denk? Ik de onbekwame, de sukkel in de liefde die dat denkt: wat zijn ze mooi samen?Echt waar, jullie deden iets met mij, iets kort, twas zo voorbij… maar desalniettemin, iets wezenlijk, iets groot…de levensnood-zakelijke stoot tegen mijn hart, echt! Bart… op slag was ik wakker, ontwaakt, mijn pantser gekraakt, een zucht van verlichting geslaakt… net op tijd!

Bijna mijn geloof in de liefde kwijt, maar net op tijd… hervonden…door jullie 2, zo mooi, zo verbonden,

Grote woorden, ik weet het, maar Bart… ze komen recht uit het hart: soms is een glimp van echte liefde genoeg om een mens te doen groeien, om een soort bloem in je borst te doen bloeien,

Bevrijd, niet te beknotten, niet in te tomen

1000 terassen in Rome. Maar nergens ter wereld een plek om thuis te komen