Les Deësses Vertes

15/03/2010 - 13:33

Les Déesses Vertes is de tuin van Daniël De Sy en Katleen De Smet. De naam Les Déesses Vertes verwijst naar de ‘ds’ in hun beide namen. De tuin werd ontworpen door Erik De Waele, die vaak kleine landschapvormende elementen gebruikt in tuinen. Deze tuin is heel strak van vorm. Dat was ook de bedoeling: een strakke tuin ontwerpen, die weliswaar ook een eigen leven gaat leiden, want planten leven en groeien niet altijd zoals voorzien.

Het strakke van de tuin kan je meteen ook merken aan de voortuin van Les Déesses Vertes. Deze is uiterst formeel: in de voortuin staan tal van vormbomen van taxus, hortensia’s en zo meer. Vooral de wolken van taxus trekken de aandacht. Het is een ‘groene’ rode draad doorheen de tuin.

De eigenaars proberen de tuin zo strak mogelijk te houden, maar dat is niet altijd even makkelijk, zoals te zien is aan de Liquidambar of amberboom: deze is aan de top uitgewaaid. De amberboom kreeg zijn naam omdat hij geurig hars bevat. Liquidambar = vloeibaar amber. Net zoals de Styraciflua, wat vloeibare Styrax, ook een hars, betekent. Vroeger werd het hars door sommige Indianenstammen gebruikt om kauwgom van te maken. De geur van de hars kan je ook merken aan de bladeren.

In de voortuin staan ook volwassen struiken van boerenhortensia’s: nog een voorbeeld van frivoliteit in deze strakke voortuin. Deze kun je uiteraard niet knippen als heg of als vormboom en gaat een eigen leven leiden. Of zoals de eigenares van deze tuin het mooi verwoordt: “Deze tuin is getekend door een tuinarchitect, maar door ons is hij geboetseerd tot wat hij nu is.”

Het is erg belangrijk om een goede basis te hebben: eigenlijk is het heel goed om te vertrekken van een plan, getekend door een tuinarchitect. Daarna zie je wel hoe die evolueert. Ter illustratie: waar vroeger een buxustuin was, hebben de eigenaars die vervangen door een siergrassentuin. De mooiste tuinen zijn architecturale tuinen gestoffeerd en onderhouden door plantenliefhebbers. Met liefde uiteraard. En dat is hier zeker het geval. Binnen enkele maanden staat de tuin hier op zijn mooist en is een bezoek echt een aanrader.

Andere boeiende bomen in de voortuin zijn: Populus lasiocarpa: dit is een grootbladige soort met een opgaande vorm en dikke takken. Inheems in China. De kroon is rond. Het blad is prachtig helder groen met opvallende rode nerven en stelen. Deze populier bereikt een hoogte van 16 meter. Bladen zeer groot, 15-25 cm, eirond, spits, aan de voet hartvormig, bovenaan vaak met rode middennerf. Bladstelen eveneens roodachtig aangelopen. Onderzijde van de nerven behaard. Bloeit fraai met lange katjes. Een zeer waardevolle populier voor een solitaire positie, geschikt als sierboom in parken en plantsoenen. Verlangt een voedselrijke en vochthoudende grond. Is windgevoelig. Daarom altijd ietwat beschut planten.

Het poortje werd ontworpen door Erik De Waele, de tuinarchitect. Het is geen trompe l’oeil maar wel een blikvanger die het perspectief van de tuin verandert. Dit poortje is ook de toegang tot de effectieve tuin: het maakt je nieuwsgierig naar wat er achter schuilgaat.

Het valt op dat de architectuur van de voortuin doorloopt in de achtertuin: ook hier zien we hortensia’s.

De Hydrangea Arborescens ‘Annabelle’, of kortweg Hortensia ‘, is één van de gemakkelijkste om te snoeien want hij bloeit op het hout dat de struik deze lente maakt. We moeten dus zorgen dat er veel ‘jong hout’ is. Sommige mensen snoeien laag boven het laagste knoppenpaar (de knoppen tegenovergesteld op het hout). Dan krijg je twee lange stengels met erg grote witte bloemtuilen. Maar: daardoor worden die stengels met grote bloemen heel erg zwaar en kunnen ze bij wind en regen knakken en omvallen.

Beter is om ze boven drie knoppenparen te snoeien: dan krijg je 6 stengels die elke bloementuil dragen, waardoor de bloemtuilen een veel steviger basis hebben en minder snel omvallen. De plant produceert daardoor kleinere maar minder zware bloemen. Toch is het ook nodig om bloemen van de nodige stuin te voorzien: dat kan met een traliewerk. Opgelet: deze snoeitechniek geldt enkel voor deze Hydrangea Arborescens ‘Annabelle’.

De taxusmassieven of ‘wolken’ zijn echt wel de rode draad in deze tuin. Dit is zo’n typisch landschapselement waar Erik De Wael graag mee werkt. Ook typisch zijn de brede graspaden in deze tuin die door het bochtenwerk ervoor zorgt dat de tuin niet volledig te overzien is. Er staan ook heel wat merkwaardige planten. En toch is deze tuin in de eerste plaats een architecturale tuin!

Les Déesses Vertes is waarin de tuinarchitectuur en planten een perfecte symbiose vormen. Naast allerlei planten staan er ook grote rozen: struikrozen ‘Madame Isaac Pereire’ en ‘Charles De Mills’.

Het snoeien gebeurt anders dan theehybriden en andere perkrozen. Je moet ze namelijk tweemaal per jaar snoeien: na de bloei, maar ook op het einde van de winter, het begin van de lente. Een roos heeft namelijk veel zon en wind nodig. Die moet letterlijk door het hart van de plant kunnen waaien. Dan drogen de blaadjes sneller op en hebben schimmels minder kans.

Eén van de rozen die er staan is de ‘Charles De Mills’: een oude gallicaroos of Franse roos. Deze rozen maken uitlopers die je kunt afsteken. Dat doe je door met een spade een afloper dicht bij de moederplant af te steken. Dan heb je een stukje wortel: een plant die je kan potten of uitplanten.

De Winterakoniet kenmerkt zich door de specifieke gele bloempjes. Het is een zeer kleine donkergroene plant die de tweede helft van de winter bloeit. Het heeft een korte dikke wortelstok die ontspringt vanuit de bloemstengel. Tegen het einde van de bloei maakt ze wortelbladeren. De bloem heeft zes grote, matgele kelkbladeren. De kroonbladen zijn de nectarbakjes in het midden. Deze nectar is heel erg interessant voor vroege bijen.

Deze plant heeft een lange historie: ze komt oorsponkelijk uit de bossen van Zuid-Europa, onder andere uit de Pyreneeën. Hij werd al in de 16de eeuw als sierplant ingevoerd, en is hier en daar zelfs uit tuinen ontsnapt: hij heeft zich uitgezaaid. Deze plant is bij ons echt ingeburgerd.

De bloem lijkt een beetje op een boterbloem of speenkruid. Dat is ook niet toevallig: het geslacht Eranthis, waartoe deze soort toebehoort, behoort tot de ranonkelfamilie zoals boterbloemen en nieskruiden.

Je kan deze planten in knolletjes kopen maar aan te raden is om ze bij vasteplantenkwekers in pot te kopen en ze met de kluit uit te planten. Onder hogere bomen en struiken en zelfs in beschaduwde gazons voelt de winterakoniet zich helemaal thuis.

In de border is er nog heel wat nuttig werk dat kan gedaan worden: er staan nog heel veel resten in. Dat was goed want tijdens de strenge winter van de afgelopen maanden beschermde die de ondergrondse en bovengrondse knoppen van de vaste planten. Waar een laagje blad of andere mulch is blijven liggen, krijg je nu de ideale kruimelstructuur: onder dit laagje en zelfs onder sneeuw bleven de bodemorganismen hun werk doen.

Deze periode is ideaal om bijvoorbeeld asters in te tomen. Zoals bijvoorbeeld de Asters: er zijn hier tal van woekerende soorten en cultivars. Ze staan hier op hun plaats: want het zijn uitstekende vlinderplanten die ideaal zijn voor droge standplaatsen. En bovendien geven ze de border een prachtige herfstkleur.

Om ze in te tomen halen we stukken weg en we planten ze voorlopig in een bloempot. Later kunnen we ze dan gewoon terug planten, weliswaar nadat de bodem eerst verwijderd is. Op die manier hou je de Star ‘Asran’ onder controle.

De afgelopen winter was ideaal voor deze Asters: ze zijn namelijk beresterk en heel winterhard. Maar ook andere planten die echt winterhard zijn, waren blij met de afgelopen strenge winter. Een kwakkelwinter zoals we hier wel eens kunnen hebben, verdragen ze minder. De pioenen bijvoorbeeld zijn erg blij met deze strenge winter: je zult zien… ze zullen krachtig en gezond uitlopen.

Nog een werkje dat nu perfect kan gebeuren is het aanpakken van slakken. Die zijn er al, hoewel je ze nu nog niet kunt zien. En één slak, die trouwens tweeslachtig is, legt algauw honderd eitjes. Vroeg bestrijden is de boodschap: en dan het liefst met biologisch verantwoorde korrels. Deze groene korrels lokken slakken die er van gaan eten, zich verstoppen en vervolgens sterven. Je zal ze niet meer terugvinden en worden gewoon in de kringloop van de tuin opgenomen.

De windroos is heel speciaal: elk jaar komt er nieuwe spreuk bij. Ook dit jaar hebben de eigenaars een eigen spreuk ze dit jaar op de windroos zullen aanbrengen.

Wil je zelf deze tuin bezoeken: dat kan, eind juni.

Taxus baccata
Waldsteinia ternata
Catalpa bignonioides (trompetboom)
Liquidambar styraciflua (amberboom)
Hydrangea macrophylla (boerenhortensia)
Hydrangea Arborescens ‘Annabelle’
Rosa ‘Nuits de Young’
Heuchera ‘Purple Petticoat’
Eranthis hyemalis (winterakoniet)
Aster ageratoides ‘Asran’
Carpinus betulus (haagbeuk)

Info:
Familie De Sy - De Smet
Eeklostraat 71, 9940 Evergem (Ertvelde)
tel 09/ 344 97 14
www.desy.be

Jean Vanhoof
www.zwemvijver.be

Ontdek meer over Archief