Jacques Wirtz, architectuur en natuur

18/03/2010 - 16:33

Koen en Wim zijn te gast in een prachtige villa uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, met een schitterende tuin.
Ze worden enthousiast onthaald door een meute honden, Springer Spaniëls, een ras dat in Engeland heel populair is als jachthond. Omdat de honden geen schade zouden aanbrengen in de tuin, hebben ze daar een mooie oplossing voor: in de grond zit een schrikdraad en aan de hals heeft elke Springer Spaniël een zendertje. Komen ze te dicht bij de schrikdraad dan horen ze eerst een geluid dat wij niet kunnen horen. Het waarschuwt hen, want als ze over de draad willen stappen, krijgen ze een lichte stroomstoot.

De tuin is ontworpen door een van de meest beroemde Vlaamse tuinarchitect van de 20ste eeuw, Jacques Wirtz.
De man is ondertussen 86 jaar, maar nog heel kwiek. Tot vorig jaar speelde hij nog elke week een partijtje tennis. Deze tuin legde hij ongeveer 30 jaar geleden aan. Nu zitten zijn zonen aan de tekentafel.
Wirtz heeft ook de tuinen van het Elisée in Parijs ontworpen. President François Mitterrand was een fan van hem. Hij had hem gevraagd de tuinen van het Carrousel en de Tuilleries te tekenen, vlakbij het Louvre.  En ook de imposante tuinen van Alnwich Castle in Engeland en het Kanazawapark in Japan zijn van zijn hand.

Hij wist natuur en architectuur als geen andere tuinarchitect te combineren. En dat zie je ook in deze tuin. In de verte kijk je naar de natuurlijke vijver en dan naar het gazon. De rand is een soort moeluur, die je ook in empirevijvers en in stucwerk vindt. Het is architectuur, maar dan heel functionele architectuur.
Zo vangt hij het hoogteverschil op tussen het gazon en het hoger gelegen  terras en huis. Een oplossing die duidelijk minder duur is dan een keermuur en bovendien heel mooi.
 
Ook de plantenkennis van Jacques Wirtz is legendarisch, hij kende als piepjong tuinarchitect 60 jaar geleden al planten waarvan anderen het bestaan niet eens vermoedden. En die voorsprong heeft hij altijd behouden.

Perzische ijzerhard is niet alleen in de herfst mooi, als winterbloeier is deze boom ook een schoonheid. Hij komt uit Iran, maar toen deze boomsoort in 1840 naar Europa kwam, heette Iran nog Perzië. 
Tal van tuiniers kennen de bloei niet omdat meestal struiken worden aangeplant en de bomen pas na een aantal jaren mooi bloeien. Het Perzisch ijzerhout beschermt zijn bloemen. Ze staan in bundels, zie je. En ze zitten tot ze ontluiken lekker warm tussen viltige schutbladeren. Hij groeit in Iran vrij hoog in de bergen en daar kan het verdomd koud zijn.

Nog een echte voorjaarsbloeier, is één met gele bloemen, de gele kornoelje.

De lang bloeiende sierkers, of Prunus subhirtella ‘Autumnalis’, is de boom die bij ons van alle bomen de langste bloeiperiode heeft. Vaak begint de sierkers al in de herfst, begin december, te bloeien en alle zachte dagen van de winter schenkt hij een bloempje om in april in volle bloei te komen.
Het exemplaar dat Wim en Koen in de tuin aantreffen, is geveld door een ziekte die eerst de krieken en later sommige sierkersen aantast en taksterfte veroorzaakt. Deze bloeit dus niet meer, maar dient enkel nog tot steun van een prachtig boeket, want er groeit een klimroos in. De ‘Bobby James’. Eenmaal bloeiend is hij overweldigend mooi, een echt wit bruidsboeket. ‘Bobby James’ is één van de mooiste eenmalig bloeiende ‘ramblers’ of liaanroos.

Wim toont Koen hoe je een Catalpa moet knotten. Moeilijk is dat niet. Gewoon rond de knotten snijden, dan loopt die binnenkort opnieuw uit. Maar altijd een minimum van de oude tak laten staan. Want daar zitten de slapende ogen.

De ‘winterzoet’ of meloenboompje geurt naar meloen. Toen Jacques Wirtz deze struiken in zijn tuinen liet aanplanten had deze struik nog geen Nederlandse naam en er waren maar enkele specialisten in dit land die deze winterbloeier kenden.
Je kan ze bij elke degelijke boomkweker met een ruim sortiment kopen, maar vraag niet naar winterzoet of meloenboompje, want de Nederlandse namen zijn nog niet echt ingeburgerd. Je zult moeten vragen naar Chimonanthus preacox.

Als vogelverschrikker in hun moestuin kozen de eigenaars voor een pottenman. Het is een vogelschrik waarin vogels nestelen en planten wortelen.

De gestileerde vijver toont weer een ander aspect van Jacques Wirtz. Symmetrie, gave lijnen. Engels van stijl en toch eisen zelfs in deze tuin de planten een belangrijke rol op. Klimhortensia en klimrozen tegen de muren, zeldzame bomen en struiken.

De papiermoerbezie is een merkwaardige boom. Hij wordt niet reuzengroot en is bij ons volkomen winterhard. In de tropen en de subtropen groeit hij als onkruid. Ook in China groeit hij gemakkelijk. Lang voor onze tijdrekening maakten men er al papier van. Wat het Nijlriet, de papyrus was voor de Egyptenaren, was de moerbezie voor het oude China. De bast werd fijn geklopt tot vellen en de natuurlijke lijmstof maakte dat de vezels aan elkaar kleefden.

De storaxboom, daaruit werd de storax gewonnen, een hars dat verwant is aan het hars van de amberboom. Maar dit hars werd in het Verre Oosten, vooral in Japan vaak gebrand als wierook. Het hars zelf ruikt naar mos en bos, maar gebrand krijgt het een sensuele, bloemige geur. Om van geisha’s te dromen.

De Magnolia grandiflora is wintergroen en heeft opvallende bruine haren op de onderzijde van het blad. En heel erg grote bloemen in de zomer. Maar dit exemplaar heeft toch wat van de winter geleden. Je kan aan de boom trouwens goed zien dat hij ten prooi valt aan de vorst als hij minder beschut staat, hoewel er nu cultuurvariëteiten bestaan die onze winters zonder kleerscheuren doorkomen, maar die had Jacques Wirtz lang geleden nog niet ter beschikking.
Er zit een draad in en die klemt de stam bovenaan in. Dat moet er uit. Want anders breekt het bovendeel vroeg of laat gewoon af.

Je kan de boom eventueel spalken met een bamboestok. Over een jaar heeft hij die wonde overgroeid. Maar  je mag niet vergeten de bindbuis los te doen, anders heb je na jaren hetzelfde probleem, maar dan in tweevoud.

Een oranjerie diende vroeger om oranjeboompjes te overwinteren.
Ook hier staan nog steeds planten uit de subtropen die buiten niet of moeilijk overwinteren. De Agapanthus of Kaapse lelie bijvoorbeeld.

De bladverliezende kunnen in de tuin overwinteren in de volle grond. Maar deze zijn bladhoudend en bladhoudende planten zijn vaak minder winterhard.
De Agapanthus leert ons iets dat voor tal van planten geldt. Je moet weten waar ze vandaan komen. Deze komen uit de Kaapprovincie in Zuid-Afrika. En de bladhoudende groeien er laag, langs de zee, in een veel warmer klimaat. De bladverliezende groeien hoog, in de drakensbergen, en kunnen dus vorst verdragen. En dat leert ons dat je altijd moet weten waar een plant in de natuur groeit.

Ook de geur kan ons iets leren. De Tulbaghia is familie van de uien. Ook een plant uit warm Zuid-Afrika overigens. Bladhoudend en bij ons dus niet winterhard.

Om een oleander te snoeien moet je van je hart een steen maken en diep wegsnoeien. Dan vertakt hij en groeit snel terug uit. Maar het eerste jaar moet je er geen bloem aan verwachten.

Op de pot onderaan de laurier zit een laurierkussentje. Dat is slim gedaan, vooral als je weet dat laurier ook in pot altijd wortelopslag maakt. Dat wil zeggen dat uit de wortels jonge scheuten opkomen.
De meeste mensen snijden die weg. Maar je kan ze ook snoeien op 10 cm hoogte bijvoorbeeld en dan krijg je na jaren zo een mooi kussentje. Dat bovendien alle onkruid onderdrukt.

Cornus mas (gele kornoelje)
Parrotia persica (Perzisch ijzerhout)
Catalpa bignonioides ‘Aurea’ (gele trompetboom)
Chimonanthus praecox (winterzoet)
Styrax obassia    storaxboom
Magnolia grandiflora    (wintergroene beverboom)
Broussonetia papyrifera (papiermoebezie)
Agapanthus praecox (Afrikaanse lelie)
Laurus nobilis    (laurier)

Info:
Wim Houtmeyers
boomkweker
www.houtmeyers.be

Ontdek meer over Archief