Koen trekt naar de Gentse plantentuin

29/04/2010 - 17:15

Timothy neemt Koen mee naar de Plantentuin van de Universiteit Gent. Koen dacht er een keurig in vakjes ingedeelde tuin te vinden, maar het is echt een tuin met waterpartijen, bomen en zelfs een grote rotstuin.

De camelia staat vol met bloemen. Je ziet haast geen blad meer. In sommige tuinen zijn alle bloemknoppen van de camelia’s bevroren. Maar hier in hartje Gent genieten ze van een aangenaam microklimaat én van ideaal grondwater.
Gent is het centrum van de rododendroncultuur én is wereldberoemd voor zijn azalea’s. Dat komt door het grondwater. Het bevat geen kalk en is dus ideaal gietwater voor potazalea’s.
De kamerazalea is onlangs door Europa nog erkend als streekproduct. Het eerste non-food product zelfs. Dankzij het grondwater.

Een belangrijke functie van de Plantentuin  is onderwijs. Je kan hier elke dag binnenlopen, komen kuieren en genieten. En overal staan grote labels met de naam. Je kan hier heel veel bijleren en je plantenkennis aanscherpen. En er staan planten genoeg. Duizenden. Niemand die ze allemaal onmiddellijk kent. Dus iedereen kan hier op ontdekkingstocht.

Timothy brengt Koen van een oude lilliputter naar een kampioen van België.
De lilliputter is de Pinus cembra (Alpenden) of Pinus mugo (bergden). Het is een van de grote planten in de rotstuin, niet echt een mini-plantje, maar wel heel traag groeiend. Hij is vele decennia oud. En hier in de rotstuin zelfs landschapsvormend. Heb je een kleine voortuin dan kan zo’n denneboompje er je hele leven groeien zonder dat het te groot wordt.
En de kampioen is de Pinus pinea (parasolden). Gekend uit Italië. Dit is de grootste parasolden van België. En een bewijs dat het daar in Gent een graadje warmer is dan elders in ons land. Het is een boom die je alleen in een beschutte stadstuin kunt planten, waar de muren de wind tegenhouden en de huizen warmte uitstralen.

Daarna komen ze bij een uit de kluiten gewassen exemplaar van de stermagnolia. Maar een stermagnolia is een boompje dat in een kleine tuin past of zelfs op een dakterras. Maar deze beverboom wordt daarvoor veel te groot. Het is de Magnolia soulangeana, misschien wel de meest populaire onder de beverbomen. De bloemen kunnen bevriezen, maar hier is de kans kleiner omdat het microklimaat in de stad vorst tegenhoudt en omdat ze vlakbij de vijver staan. Want water koelt minder snel af dan grond en helpt de nachtvorst te weren.

Ze komen langs de staartaar, sinds enkele jaren vlot bij de kwekers te verkrijgen. De Nederlandse naam is heel toepasselijk en gewoon een vertaling van de wetenschappelijke. Maar de meest zeldzame struik die ze in bloei aantreffen, is de papierstruik uit de Chinese kant van de Himalaya. De buisvormige bloempjes zitten in kransen en als je goed kijkt zijn ze zijdeachtig behaard.
Het is een aanrader voor de tuin omwille van zijn vroege bloei. Hij is twijfelachtig winterhard. Maar in een stadstuin op een beschutte plek groeit en bloeit hij probleemloos. Bovendien is het een struik. Dus echt groot wordt hij niet, zelden meer dan anderhalve meter. Dus kan hij ook op een dakterras of zelfs in een kleine voortuin.

In de systematische tuin staan de planten die aan elkaar verwant zijn bij elkaar. Maar de hele indeling is achterhaald sinds men met nieuwe technieken, DNA-onderzoek, in de plant kan doordringen. Tal van  planten zullen de volgende jaren van naam veranderen.

Koen en Timothy komen bij een Siberische lis, ze vormt een krans in de grond en in het midden groeit er niks. Tal vaste planten verouderen in het hart. Deze Siberische lis groeit aan de buitenzijde en sterft binnenin af. Als je een stuk wilt afsteken om het elders in de tuin te planten, moet je altijd een jong stuk nemen.

Omdat de tuinman een snipperdag heeft genomen, laat Timothy Koen een plantje verpotten. In de cactuskas toont Timothy de zuilcactus die Koen moet verplanten…
Maar de cactus gaan ze niet met de blote hand verpotten. Koen trekt dikke lederen handschoenen aan en Timothy neemt twee dikke stukken piepschuim en bindbuis.
Ze prikken eerst twee stukken piepschuim tegen de cactus en dan doen ze twee touwtjes rond de cactus en dan halen ze hem voorzichtig uit de pot.
Haal zoveel mogelijk potgrond weg zonder de wortels al te zeer te kwetsen. Geknakte, zieke of gebroken wortels snoei je beter weg. De nieuwe pot is best maar één maatje groter dan de oude.
Het mengsel waarmee je de pot vult bestaat uit echte cactusaarde, witveen, leem, zand, perliet en grijze lava. In de Plantentuin maakt elke tuinman zo zijn eigen mengsel. Maar potgrond voor cactussen en vetplanten die in je tuincentrum kopen voldoet eveneens.
Cactussen en vetplanten kunnen vaak jaren in dezelfde pot blijven staan. Dat is één van de redenen waarom ze zo populair zijn bij mensen zonder al te veel tijd.

Woestijnbewoners voor kamer en terras
Cactussen, agaven en vlezige wolfsmelksoorten zijn goede kamerplanten. Ze behoren samen met onder andere vrouwentongen tot de schaarse planten die overleven voor een onversluierd venster op het zuiden. In de zomer kunnen deze zonnekloppers op het terras. En zelfs in de meest schrale, warme, droge kameratmosfeer voelen deze trendy planten zich thuis.

Bizarre, boeiende exoten
Ze weten te overleven in de meest onherbergzame omstandigheden. Daartoe hebben ze zich gedurende miljoenen jaren evolutie gewapend. Hun bladeren zijn verschrompeld of werden vlezig. Ze bewaren het schaarse water in hun binnenste. Dankzij hun bol- of zuilvorm verdampen ze geen wolkje water te veel. Met doornen wapenen ze zich tegen mens en dier. Die aanpassing aan extreem moeilijke, hete en droge omstandigheden is op de verschillende continenten ongeveer op dezelfde manier verlopen. In de Amerikaanse continenten ontstonden de typische cactussen en agaven. Ze hebben kleurrijke, vaak schitterend mooie of, zoals de agaven, een indrukwekkende bloeiwijze die pas na vele jaren uit de rozet van spitse bladeren oprijst. De plant zelf is dan ten dode opgeschreven, maar zaait zich duizendvoudig uit. In de Afrikaanse steppen en woestijnen groeien soorten wolfsmelk of Euphorbia vlezig en zuilvormig alsof het cactussen zijn. Ze worden er dan ook mee verward. Cactussen kunnen naast bizar, mooi en stekelig ook nuttig zijn. Selenicereus, de bekende koningin van de nacht, die uitsluitend ’s nachts bloeit met heerlijk geurende bloemen, levert homeopathische preparaten tegen hartkwalen. Peyote, Lophophora williamsii, is een bekend roesmiddel. Schijfcactussen van het geslacht Opuntia leveren lekkere cactusvijgen, vetplanten als Aloe vera talrijke cosmetica, sommige euphorbia’s kauwgom en schoenpoetsmiddelen. En van Agave worden stevige matten geweven en pulque en tequila gebrouwen. Het vlees van schoonmoederstoel, Echinocactus grusonii, wordt gegeten en van de tepelcactus, Mamillaria bucasana, werden de gekromde doorns door indianenstammen als de Hopi als vishaken gebruikt.

Cactussen en vetplanten in huis
Elke mode heeft een tegenmode. Zo zijn tactiele kamerplanten helemaal in, planten met streelzachte bladeren. De stekelige cactussen, agaven en Euphorbia’s voedden een tegentrend. Waarom zijn ze zo populair? Misschien omdat ze een exotische sfeer oproepen en perfect passen in sobere moderne interieurs. Zeker omdat het gemakkelijke planten zijn, die je beter kunt verwaarlozen dan vertroetelen. Water vragen ze nauwelijks, aan teveel meststoffen hebben ze een hekel, alleen zon kun je ze in ons klimaat nooit genoeg geven. Zet ze dus op een plekje in de huiskamer waar het zonlicht onversluierd binnengutst. Dat de temperatuur daarbij oploopt, deert hen niet. Toch houden ze ervan als je op een hete dag de vensters wijd open gooit. Als grondmengsel vragen de meesten cactusaarde die in tuincentra in zakken te koop is. Dat is een mengsel van witveen, zwartveen met scherp zand en lava. Het percentage scherp zand en lava moet minstens 20% zijn. Alleen het verpotten is een handeling die een beetje overleg verlangt. Doe stevige handschoenen aan en neem enkele stevige stukken piepschuim die u op de stekels prikt alvorens u de planten uit de pot haalt. Vele soorten schieten kleine doorntjes in de huid en het verwijderen daarvan is een pijnlijk en vooral langdurig werkje. Cactussen, agaven en vele andere succulenten zijn planten die je niet zonder handschoenen aanpakt. Ligt daarin niet een deel van hun aantrekkingskracht? Berensterke karakterplanten zijn het alleszins.

In de zomer kun je in de Victoriaserre de tropische Victoriawaterlelie bewonderen, met sterke bladeren van wel 1m doormeter. De Victoriawaterlelie groeit niet in het Victoriameer, maar in de Amazone. Ze kreeg destijds haar naam door Engelse botanisten die er koningin Victoria mee wilden eren.
In deze periode van het jaar zijn de epifietenbomen hier de blikvangers. Epifyten zijn planten die op bomen groeien in plaats van in de grond. Ze groeien hier op een dode boom.
Er groeit ook een begonia, een epifytische begonia. Eén die zich aan een boom hecht. En ook een Bromelia, een gewone kamerplant die haast iedereen kent. In zijn bekers vangt hij water op en voedingstoffen die uit de hoge kruinen waaien. Zo is hij aangepast aan zijn leefomgeving, de bomen in het regenwoud.

In een veranda waar het warm genoeg blijft, en waar je kunt zorgen voor een hoge luchtvochtigheid en het zonlicht kunt temperen, moet het lukken om dit zelfs thuis te verwezenlijken.
Bovendien zijn bromelia’s, Vriesia’s en epifytische orchideeën als de vlinderorchidee in elk tuincentrum te koop. Al is zo een epifytenboom vooral weggelegd voor gevorderde tuiniers.
Je bevestigt de planten met bijvoorbeeld een stukje bindbuis op de dode takken. Na een tijdje weten de boombewoners zich wel vast te hechten. Doe ook wat mos op het koordje en de takken en je kweekt de illusie van een plekje in een ongerept regenwoud.

Verder vinden ze in de Victoriaserre orchideeën: de tijgerorchidee. Ze groeit hier nu eens niet op bomen, het is een zogenaamde aardorchidee.
En er is ook een klimmende orchidee, de enige orchidee die om commerciële redenen wordt gekweekt om de geurstoffen, de vanille.

Koen en Timothy krijgen de toestemming om de Peperomiakas in te gaan. Daar staat een collectie, uniek in de wereld, Peperomia’s. Een plantengeslacht uit Zuid-Amerika. Hier zie je naast het onderwijs een tweede taak van de Plantentuin, het wetenschappelijk onderzoek. Dit is de grootste collectie Peperomia’s ter wereld.
Elk jaar gaan de botanici van de Plantentuin van de Universiteit van Gent op expeditie en dan brengen ze weer nieuwe peperomia’s mee.
Vroeger gingen die dan naar de Gentse kwekers maar sinds 1992 is dat absoluut bij wet verboden omwille van de biodiversiteit.


Camellia japonica (camellia)
Pinus mugho var. mughus (bergden)
Pinus pinea (parasolden)
Magnolia kobus (stermagnolia)
Magnolia x soulangeana (beverboom)
Corylopsis spicata (schijnhazelaar)
Edgeworthia chrysantha (papierstruik)
Iris sibirica (Siberische lis)
Echinocactus species (zuilcactus)
Victoria amazonica (Victoriawaterlelie)
Begonia species (begonia)
Bromelia species (begonia)
Vanilla planifolia (vanilleplant)
Peperomia species (peperplantje)


Info:
Plantentuin Universiteit Gent
K. L. Ledeganckstraat 35
9000 Gent
tel 09/ 264 50 73 (hortulana)
www.plantentuin.ugent.be
- de tuin en de publiekskassen (Victoriakas, tropische kas en subtropische kas) zijn dagelijks gratis toegankelijk
- tijdens werkdagen kun je er terecht van 9 tot 16u30
- op zaterdag, zon- en feestdagen van 9 tot 12u
- de succulentenkas is open op zondagvoormiddag van 11 tot 12u
- voor een bezoek aan de tropische kas neem je best vooraf contact op met de hortulana

Timothy Cools                           
Tuinarchitect
Maaldreef 39
9320 Nieuwerkerken
0486/75 67 67
www.tuinarchitectengroep-eco.be

Ontdek meer over Archief