In de tuin van Pieter van Boxel

20/04/2010 - 16:15

Wim en Koen gaan op ontdekkingstocht in de tuin van tuin- en landschapsarchitect Pieter van Boxel. De tuin voelt een beetje aan als een landschap, met verre zichten over de weiden en de akkers.

Eerst staan ze stil bij de vele narcissen die in de tuin bloeien.
Narcissen die dicht bij de wilde soorten staan, zijn vaak sterker dan de cultivars, al hebben die cultivars meestal grotere bloemen. ‘Tête-à-Tête’ is zo een sterk juweeltje met kleine bloemen. En de witte ‘Thalia’. Bij de grootbloemige gele narcissen is de aloude ‘Carlton’ zonder meer de beste.
Narcissen zijn in zowat elk tuincentrum te koop in augustus en september en omdat ze zo sterk zijn, zijn ze niet eens duur.
In deze tuin staan ze in het ruwe gras. Het gras is ruw om verschillende redenen. Ten eerste mag het niet gemaaid worden vooraleer het loof van de narcissen helemaal bruin geworden is en ten tweede omdat dit stuk van de tuin evolueert naar een bloemenweide. En een bloemenweide wordt ook maar één keer per jaar gemaaid, meestal eind juni of zelfs juli.
Dus die narcissen en de bloemenweide gaan perfect samen.

Dat hoge gras heeft trouwens nog een ander voordeel. Het camoufleert nu enigszins het filtergedeelte van de zwemvijver en vanaf de late lente zie je er niets meer van, dan kun je er alleen nog een moerasje vermoeden, meer niet.

Daarna komen ze bij 2 verschillende soorten blauweregen. De ene is de Chinese blauweregen, de andere de Japanse. Maar hoe zie je het verschil? Het zijn slingerplanten en die winden zich omhoog via een spiraalbeweging.
De Japanse blauweregen windt met de klok mee. De Chinese tegen de wijzers in.
Een aantal universiteiten hebben het fenomeen onderzocht, maar niemand heeft er een sluitende verklaring voor. Het is een van de raadsels in de natuur.
Een blauweregen mag je trouwens niet tegen een afvoerpijp laten klimmen, want hij wurgt de regenpijp gewoon.

Ze gaan verder naar de moestuin. Het is een moes- en fruittuintje waarin architectuur zit. De bank werd door Pieter van Boxel zelf ontworpen voor een kasteel in de buurt, het kasteel van Sombeke.
De leiperen werden in palmetten gesnoeid: hetzelfde ruitmotief komt terug. Inderdaad architectuur.
Er is zelfs een heel laag hegje van appel. Zo’n laag appelhegje kan je alleen maar bekomen met een laagstamappelboom. Een hoogstam kun je niet dwingen in zo een klein keurslijf.

Wim en Koen zaaien in de eenjarigenborder zaden van cosmea, dille, juffertjes-in-‘t-groen. Niet zomaar kriskras door elkaar, want dan zou je veel tijdverliezen met wieden en heb je geen controle over de snelgroeiende eenjarige planten.
Eerst trekken ze met deze hark een rechte, evenwijdige voor. 50 cm van de buxusheg. In de lengterichting. Daarna trekken ze evenwijdige voren met een tussenruimte van een dertigtal cm. Dat meet Koen met zijn voet af. Want als je voet niet te groot is, heb je ongeveer een Engelse voet. 30,50 cm.
Dan gaan ze onregelmatige kringen trekken. Dwars door de voren heen. En in elke kring (in de voor) zaaien ze telkens een andere eenjarige.
In grote lijnen zaai je best de hoogste planten meer in het midden, de laagste langs de randen. Maar je mag dat niet te strak doen en door enkele kringen voor dezelfde plant te voorzien, krijg je een mooi ritme in je eenjarige plantenborder.
Het resultaat is een ongedwongen border met eenjarige planten, maar de zaailingen staan gewoon op rijtjes. En dat heeft tal van voordelen. Wat tussen de rijen opkomt, is onkruid. Dat schoffel je gemakkelijk weg. Wat in de voren kiemt zijn de gezaaide plantjes en een beetje onkruid. Dat zul je er later tussen uit moeten wieden. En misschien moet je ze ook uitdunnen, als je te dik hebt gezaaid.

Eind april is de beste periode om eenjarige bloemen te zaaien. Je moet gewoon zorgen voor een onkruidvrij plekje, zaadpakjes kopen, voortjes trekken, de ruimte in kringen verdelen en zaaien. De regen en de wind doen de rest.


In de achtertuin krijg je een overzicht. Zicht op de buxusgolven. Zicht naar het huis toe. Modern en oud gemengd. Een knoestige perenboom, buxuswolken... Beukenhagen. Evenwicht is het juiste woord, geen symmetrie maar harmonie.
Er is veel buxus gebruikt, maar formeel kan je de tuin niet noemen. Er zit een aangename speelsheid in. De tuin is ook heel functioneel. Met een voetbalterreintje voor de zonen.

De pony’s vertrappelen de narcissen niet. Ze wandelen er enkel rustig tussendoor, ook de schapen doen dat. Ze zijn absoluut niet in narcissen geïnteresseerd, gewoon omdat ze giftig zijn en dus niet te eten.

De haag is ongewoon en gemengd. Er zit hulst in en haagbeuk en buxus. Je moet wel oppassen en de hulst goed in toom houden want die in dominant. Maar het is een leuk ideetje.


Ze sluiten af bij het wachtbed van Pieter van Boxel. Dit zijn planten die hij vroeg of laat in zijn projecten gebruikt. Hij heeft ze eerst uitgezocht in de kwekerij. Er staan bloemkornoeljes, buxus en tal van andere karakterplanten. Hij probeert ze door een aangepaste snoei karakter te geven en als hij ze ergens als solitair kan gebruiken, zal hij het niet nalaten.

Als je tuin groot genoeg is, kun je zelf zo een hoekje voorzien. Je kweekt jonge planten verder op en als ze groot genoeg zijn plant je ze in de tuin zelf uit.

Narcissus ‘Carlton’ (narcis)
Narcissus ‘Tête-à-Tête’
Wisteria floribunda (Japanse blauweregen)
Wisteria sinensis (Chinese blauweregen)
Rosa ‘Paul’s Himalayan Musk Rambler’ (liaanroos)
Malus domestica ‘James  (James Grieve-appel )
Nigella damascena (juffertje-in-‘t-groen)
Ilex aquifolium (hulst)
Castanea sativa (tamme kastanje)
Quercus palustris (moeraseik)


Info:

Pieter van Boxel
Hellestraat 20
9112 Sinaai
pivabo@telenet.be

Wim Houtmeyers
boomkweker
www.houtmeyers.be

Ontdek meer over Archief