Het Wilgenbroek

04/03/2010 - 15:43

Het Wilgenbroek is wereldbekend in het kweken van Helleborus. Vanuit alle uithoeken van de wereld (Japan, Scandinavië, De Verenigde Staten), komen ze hier hun nieuwe Helleborusplanten kopen.
 
Thierry van Pamel is een autoriteit op het vlak van het kweken van Helleborus. Eigenlijk is hij meer een veredelaar dan een kweker. Een veredelaar is iemand die nieuwe types planten probeert te vinden die sterker, groter, sneller groeien, kortom die betere ‘genen’ heeft dan de moeder- en vaderplant. Zoals het woord zegt: een veredelaar veredelt de planten.

De Helleborus bestaat in verschillende kleurschakeringen en wordt in de volksmond ‘Nieskruid’ of ‘Oosters Nieskruid’ genoemd. Het kreeg deze naam omdat het vroeger gebruikt werd als kruid om te niezen, wat toen gezien werd als gezond. De wortel van de Helleborus werd gedroogd en gemalen en kon men kopen in doosjes, de zogenaamde niesdozen.

De Nederlandse naam ‘Oosters Nieskruid’ is dan weer afkomstig van de plantnaam ‘Helleborus orientalis’: deze komt uit het oosten. Niet het Verre Oosten, maar uit de Balkan. Hij groeit daar langs rotsrichels omdat deze de plant beschermen tegen grondscherende wind. Bovendien groeit hij daar goed omwille van kalkrijke grond.

De Helleborus is winterhard. Hij bloeit van ongeveer januari tot begin april. Het duurt ongeveer drie jaar voor een Helleborus helemaal volgroeid is en bloemen geeft. Thierry van Pamel is er echter in geslaagd om verschillende planten met elkaar te kruisen. Deze hybride is al volgroeid op 1 jaar. Het betreft onder andere de Helleborus nigercors, die je niet mag verwarren met de Helleborus niger (die pas na drie jaar bloemen geeft). Het verschil tussen beide planten is duidelijk: de Helleborus Niger is een veel kleiner plantje dan de Helleborus Nigercors, die duidelijk een pak groter is. Commercieel gezien is deze plant dus veel interessanter voor kwekers. Het nadeel aan deze plant is wel dat ze steriel is, ze kan zich niet voortplanten. Omdat hij steriel is bloeit hij wel wat langer door. En dat is dan weer een voordeel.

De Helleborus gedijt het beste onder bladverliezende bomen. Om hem te verplanten, moet je zorgen voor een groot plantgat, want de Helleborus wortelt diep. Omdat de planten veel kalk nodig hebben, moet je in de meeste gevallen kalk aan de grond toevoegen. Uiteraard kan het ook geen kwaad van organische mest en grondverbeteraar toe te voegen. Daarnaast moet je ook gebruik maken van dolomiet: dat maakt de vettige grond ook grof en luchtig tegelijk. Omdat er hier geen rotsrichels zijn, die de grondscherende wind tegen houdt, kan je rond de Helleborus een hegje Buxus aanbrengen. Deze twee gaan goed samen: zowel Helleborus en Buxus houden van kalkrijke grond.

De Helleborus is een heel veelzijdige plant. Ze bestaat in heel wat kleurschakeringen en vormen. Zo’n 10 jaar geleden waren vooral de zwarte in trek. Maar er zijn ook gespikkelde, blauwe, enz. Wat vormen betreft is er ook een verschil. Zo heb je eentje met een brede krans nectarkolfjes. Deze heeft anemoonvormigebloemen.

Een belangrijk verschil is ook dat sommige exemplaren bloemen hebben die naar boven groeien en exemplaren wiens bloemen naar boven gericht zijn. Het voordeel aan deze laatste is dat je er als tuinliefhebber niet voor op je buik hoeft te gaan liggen om er ten volle van te genieten.

Men probeert constant nieuwe types, cultivars of exemplaren te kweken maar dat is niet gemakkelijk: het is een echt monnikenwerk: het kruisen van de planten dient met de hand te gebeuren.

In de moederserre staan de meest uiteenlopende Helleborustypes. Deze serre is letterlijk de schatkamer van de kwekerij. Hier vind je unieke types die gegeerd zijn over de hele wereld.

In deze serre is natuurlijke bevruchting uit den boze: bijen zijn hier dan ook erg ongewenst. Vliegen zijn niet in nieskruidbloemen geïnteresseerd.
 
Elke plant krijgt hier zijn eigen nummer: zo kan men bijhouden om welk type het hier gaat en ook bijhouden waarmee elke plant bevrucht wordt. Om twee bloemen met elkaar te bestuiven haalt men stuifmeel van de meeldraden van de eerste plant en brengt deze op een andere plant aan. Wat belangrijk is, is dat men altijd het stuifmeel gebruikt van de grootste plant en dat aanbrengt op de stamper van de minder grote plant. Op die manier hoopt men zaad te krijgen waarvan de plantjes groter en sterker zullen zijn.

Met een penseeltje haalt men het stuifmeel van de ene plant en bevrucht men daarmee de stamper van de andere plant. Wanneer de bestuiving gelukt is, vallen de meeldraden af en verdikt de stamper na enkele dagen. Dat is het vruchtbeginsel dat later de zaaddoos zal vormen. Deze zijn rijp in de zomer. Dan planten ze zich uit, maar kiemen doen ze pas in de winter. Want de Helleborus is een koudkiemer.

De zaadjes van deze plantjes die bevrucht worden, komen in nieuwe serres terecht. Ze krijgen elk een nummertje en worden gedurende enkele jaren opgevolgd. Pas na een tiental jaar kan men spreken van een type dat men kan commercialiseren. Er moet dan een patent aangevraagd worden om dat type te beschermen. Het is echt een werk van lange adem, en dan nog: het kan goed zijn dat bepaalde types niet echt goed zijn of niet sterk genoeg zijn. Van alle types blijft zo’n 10% over.

Het is niet echt mogelijk om dit thuis te doen. Wat men wel kan doen is de planten scheuren: zo kan je ze thuis vermeerderen: je krijgt dan als het ware klonen van de originele plant. Want wanneer je zou laten bestuiven (hetzij natuurlijk of hetzij manueel), dan ben je niet zeker dat het identieke planten zal opleveren. September is trouwens de ideale maand om te scheuren.

De Helleborus viridis is een ‘specialleke’ in de wereld van de Helleborus. Deze kreeg de Nederlandse naam ‘wrangwortel’ omwille van zijn eigenschappen. Hij is onder meer speciaal omwille van zijn palmvormig blad en de kleine groene bloemetjes. Hij komt oorspronkelijk uit de Balkan, maar hij is hier bij ons al eeuwen ingeburgerd. Je kan hem vinden langs boederijen, vooral in de Ardennen.

De wrangwortel heeft medicinale eigenschappen: wrang is een koeienziekte die de uiers aantast. Deze komen daardoor droog te staan en kunnen afsterven. Vroeger bracht men bij koeien onder hun huid een stukje van deze soort aan waardoor de koe dan antistoffen tegen de bacteriën die wrang veroorzaken aanmaakt.

Het Wilgenbroek is meer dan alleen maar een kwekerij van Helleborussen. De inplanting is uniek: dit is een echt stukje natuurgebied en ze hebben geprobeerd de kwekerij zo in te planten dat de natuur nog vrij spel heeft. De knotwilgen getuigen hier van. Ze gedijen goed in dit stukje natuur: de naam ‘Wilgen’broek zegt het al. Sommige exemplaren zijn 100 jaar oud. Ze worden gecombineerd met hagen en borders wat gevoel geeft dat je in een tuin rondwandelt.

Een van de taakjes die je wel kan doen tijdens het winterseizoen is om de bladeren van de Helleborus voor de bloei weg te snijden. Dat gebeurt normaalgezien in december. Door ze weg te snijden geef je de bloemen meer ruimte, licht en lucht en gaan ze mooier bloeien.

De ‘Helleborus x Ericsmithii ‘Candy Love’ is, net zoals heel wat andere planten, een hybride die snel groeit. Ze schitterde trouwens op de Winterspelen van Vancouver. Daarvoor stuurde Thierry van Pamel duizenden plantjes naar de Verenigde Staten en Canada. Het uitzonderlijke is dat ze zonder aarde of potgrond opgestuurd werden. Dat doen ze om mogelijke ziektes uit Europa buiten te houden. Om ze te laten overleven tijdens hun reis werden ze geplant in een soort gel. In de Verenigde Staten en Canada werden ze dan door speciale firma’s opgekweekt.

Een andere type plant is de Helleborus x Sternii. Ook een speciaal type: de bladeren hebben een heel mooie nerving en kleuring. En wat meer is: daardoor blijft deze plant de hele zomer aantrekkelijk.

Helleborus niger (kerstroos, nieskruid)
Helleborus orientalis (oosters nieskruid)
Helleborus x nigercors
Helleborus orientalis ‘Wilgenbroek Double White’
Helleborus x Sternii    ‘Flame’
Helleborus viridis (wrangwortel)
Hamamelis x intermedia ‘Diane’ (toverhazelaar)
Salix alba (knotwilg)
Helleborus x ericsmithii ‘Candy Love’

Info:

KWEKERIJ HET WILGENBROEK
Thierry Van Paemel
Wilgenbroekstraat 60
8020 Oostkamp
tel 050 40 50 30

Timothy Cools                           
Tuinarchitect
0486/ 67 56 67

 

Ontdek meer over Archief