’t Goede Gevoel in Oevel

31/08/2010 - 13:53

Koen en Jean zijn op bezoek in de privé-tuin ’t Goede Gevoel in Oevel. De tuin is nog niet zo bekend bij het grote publiek, maar absoluut de moeite om te zien.

Het pijpenstrootje

Ze gaan er meteen aan de slag op een plek waar het zicht een beetje verstoord wordt door de Miscanthus, prachtriet. Het staat te dicht en te hoog voor de eigenaars. Ze willen opnieuw meer zicht, zonder het ranke van het gras te verliezen. Daarom zullen Koen en Jean het vervangen door een ander, transparant gras, het pijpenstrootje, Molinia. Dat wordt even hoog, maar blijft transparant.
Het pijpenstrootje is een inheems gras uit bossen en heidevelden. Vroeger werd met de fijne, maar stevige stelen van de aar door de pijpensteel gekeuterd om hem proper te maken. Vandaar de naam.
Zoals bijna alle grassen is het een makkelijke plant. Je moet hem gewoon terugknippen in het vroege voorjaar. Hij zal het zeer goed doen op een zandige bodem.

Maar de zomer heeft ook in deze tuin zijn tol geëist. Wat de strenge winter overleefd heeft, ging soms ten onder aan de extreme droogte en hitte van juli. Zo bijvoorbeeld de Amerikaanse sering of Ceanothus.
De dode Ceanothus vervangen ze door een Acer shirasawanum 'Aureum', een cultivar met een geel blad. In volle zon worden de bladeren goudgeel. In de schaduw zijn ze eerder lichtgroen.
Bij het planten is het belangrijk dat je de wortelkluit los maakt zodat de wortels van het boompje onmiddellijk contact maken met de nieuwe grond. En die nieuwe grond moet goed diep losgemaakt worden, want in te dichte gronden kan een esdoorn last hebben van een soort verwelkingsziekte. Dan kan, van de ene dag op de andere, ineens een ganse tak zijn blaadjes laten hangen. Dat kan je dus grotendeels voorkomen door in goede losse grond te planten en er dan bodemverbeteraar aan toe te voegen, een levende humus, die speciaal is samengesteld voor heideplanten.

Moeraseik

In de tuin komen ze bij een Quercuspalustris, een moeraseik. Zo'n eik wordt na een aantal jaar heel groot en geeft de tuin volume. De moeraseik komt uit Amerika, in 1770 werd hij ingevoerd bij ons. Tegenwoordig zie je hem veel als straatboom die goed tegen het strooizout kan.
Voor de kleinere tuinen is er een mooie variant van de moeraseik, de Quercuspalustris 'Green Dwarf'.
Op lichte zandgronden doet hij het beter dan op zware kleigronden. In zijn natuurlijke groeiplaatsen groeit de moeraseik trouwens nooit in moerassen, wel in droge gronden die kort onder water komen te staan.
In deze tuin belemmert hij een beetje het zicht van binnen naar de tuin, dus zagen Koen en Jean de onderste takken af, zodat ze er vanuit het huis onderdoor kunnen kijken.
Dan gaan ze de bloedrode Salvia microphylla ‘Indigo Spire' aanpakken. Ze moeten ze gaan stekken, anders blijven er volgend jaar geen meer over. Want, ook al zijn ze onderaan aan het verhouten, ze zijn niet winterhard. Het zou wel kunnen lukken met een zachte winter, maar mooi worden ze nooit meer. Dus is het tijd om ze te verjongen door stek. Dat gaat heel gemakkelijk: je neemt stekken van zo'n 20 cm, daaraan laat je enkel de bovenste blaadjes staan en de stek is al klaar.
Die stekjes kan je in een bakje met stekgrond laten overwinteren op een vorstvrije plek. En in de lente zullen ze uitlopen en kan je ze opnieuw planten.

Schildpadbloem

Dan komen ze terecht bij een echte nieuwigheid, een schildpadbloem of Penstemon, met een mooie blauwe kleur. Die is nog in geen enkele tuinwinkel of kwekerij te verkrijgen.
De mooie honingmerken steken mooi af tegen het blauw. Dat is echt wel iets nieuws. Hij is hier ontstaan en zal dus de naam van de tuin krijgen. Penstemon 't Goede Gevoel.

Ze ontdekken ook de Albiziajulibrissin. Een tropische verschijning uit het verre oosten die onze winters blijkbaar overleeft. Hij is familie van de mimosa, niet alleen het blad, ook de bloemen zijn heel mooi met opvallend lange meeldraden.
Hij wordt onderaan wel breed en zo wordt het nooit een boom. Daarom moet er onderaan gesnoeid worden, zodat hij de hoogte ingaat. Hij zal de volgende zomer dan zeker zijn nieuwe twijgen omhoog richten.  Maar een slaapboom snoei je best in het vroege voorjaar terug. En later, als je er onderdoor kan lopen, snoei je niet meer.
De geveerde bladeren vouwen zich ’s avonds dicht. Ze nemen een slaapstand aan.
500 jaar geleden schreef een Chinees al: ‘de slaapboom geeft vreugde en troost, brengt het oog tot stralen, het hart tot leven’.
De bloemen en de bast zijn in de Oosterse geneeskunde al heel lang bekend als antidepressivum.

Miscanthus sinensis (Prachtriet)
Molinia coerulea (Pijpenstrootje)
Ceanothus thyrsiflora var. repens (Amerikaanse sering)
Acer shirasawanum ‘Aureum’   
Quercus palustris 'Green Dwarf' (Moeraseik)
Salvia microphylla ‘Royal Bumble’
Penstemon ‘t Goede Gevoel’ (schildpadbloem)
Albizia julibrissin (Slaapboom)

Info:

’t Goede Gevoel
Michel Van Mellaerts en Griet Mertens
Taxandriastraat 4
2260 Westerlo (Oevel)
tel 014/ 23 44 29
michelvanmellaerts@skynet.be
users.skynet.be/grietmertens

Jean Vanhoof
www.zwemvijver.be

Ontdek meer over Archief