De Buksboom

26/03/2010 - 10:24

Koen en Timothy zijn te gast bij Raymond en Nadine Betsens. Raymond is compostmeester in Lembeke en Nadine tuiniert even graag als haar man.
Ze ontwierpen hun tuin helemaal zelf. Het is een brede pijpenla, een nog redelijk jonge tuin.

Je wordt als het ware naar de achtertuin gezogen door het houten beeld. En je ziet tal van merkwaardige planten die heel anders zijn toegepast. Bijvoorbeeld de bonte kardinaalsmuts, dat is een kruipende plant en hier mag die klimmen tussen de wilde wingerd. Dat breekt, vooral in de winter en de prille lente, de eentonigheid van de muur.

De boom met wel heel apart wintersilhouet is de anna-paulownaboom. Die bloeit met echte carillons van blauwe bloemen. Als hij wil bloeien.
We zien wel de bloemknoppen staan, maar toch is de kans klein dit jaar, want de bloemknoppen zijn vorstgevoelig en waarschijnlijk dood. Maar de bloei is zo mooi dat je het erbij neemt dat de anna-paulownaboom af en toe een jaartje overslaat. Bovendien is het blad groot en mooi.

De eerste boom die de eigenaars hebben geplant is het mini-exemplaar van de treurbeuk. Die groeit hier al ruim 15 jaar. Het is een cultivar die echt minimaal groeit, een echte lilliputter-treurbeuk. Een met bruin blad. Het is Fagus sylvatica ‘Purpurea pendula’. En zo moet je het op de kwekerij ook wel vragen wil je exact dezelfde kopen. Hij is heel geschikt voor een kleine tuin.

Koen en Timothy gaan nestvarens scheuren. Je kan nestvarens onmiddellijk onderscheiden van de andere varens omdat het blad niet ingesneden is.
Om ze te scheuren met de hand moet je wel heel sterk zijn. Met een mes gaat het veel beter.
Eén stuk planten ze terug en het andere potten ze op zodat Raymond, de eigenaar, er een vriend een plezier kan mee doen.

Met de grasmaaier rijdt Koen over de elfenbloemen. Hij stelt daarvoor de maaier in op de hoogste stand. Maaihoogte 8 cm of zo.
Door de bodembedekker te kortwieken krijgt hij nieuw blad. En een maand later bloeit hij met gele trosjes, hele lieve elfenbloempjes die dan heel mooi uit komen boven het fris ontluikende blad. Pas na het maaien komen ze helemaal tot hun recht. En met de grasmaaier gaat het veel sneller dan met de hand.
Je kan dit met de meeste bodembedekkers doen. Ook met klimop en zo. Gewoon op de hoogste stand zetten en je hebt van je grasmaaier een bodembedekkermaaier gemaakt. Handig.

Compostmeester Raymond Betsens zorgt ervoor dat zijn tuin afvalarm is. Bovendien is hij heel creatief. Snoeihout wordt gewoon opnieuw gebruikt en vaak heel kunstzinnig toegepast. Hij maakte een leuk kunstwerk van wilgenhout en snoeihout uit de tuin. Duurzaam is dat niet, na enkele jaren valt dat uit elkaar, maar dan heb je weer nieuw snoeihout en kun je je weer creatief uitleven.
Daarna gaan ze de takkenril herstellen. Ook dit is een ideale manier om snoeihout te verwerken, vooral de dunnere twijgen.

Koen en Timothy gaan op de vlinderstruiken een speciale snoeitechniek toepassen. Normaalgezien bloeien vlinderstruiken maar kort, maar door de speciale snoeitechniek zullen ze de bloei verlengen.
Elke struik die na de langste dag of 21 juni bloeit, snoei je in het vroege voorjaar. Maar hoe krijg je die langere bloei? Heel simpel: je snoeit nu slechts de helft van de dikke takken, zo ongeveer 30 cm van de grond, en de andere takken die snoei je over een week of twee, drie.
Die beginnen wat later te bloeien en bloeien dan ook een beetje langer door.

Mensen zetten soms één roos aan een hoge rozenboog en proberen die dan aan de andere kant naar beneden te buigen. Meestal lukt dat niet want als je een roos te sterk naar beneden buigt, krijgt het eind geen sap meer. Het is beter een klimroos langs een betonijzer in een flauwe boog te leiden. Daardoor gaat de sapstroom tot aan het einde.

Raymond en Nadine hebben ook een hele collectie Buxus. Er zijn  niet alleen verschillende soorten, er zijn van de gewone Buxus sempervirens ook tal van cultuurvariëteiten met afwijkend blad.
De bontbladige Buxus sempervirens ‘Aurea’, de cultivar ‘Rotundifolia’ met groot blad.
Een heel speciale is de Buxus microphylla en daar dan weer een cultuurvarieteit van, namelijk ‘Trompenburg’, afkomstig uit Nederland, waar hij in 1990 ontstond. En het is maar een kleine greep uit de honderden cultivars en types die vaak zelfs geen naam hebben.
Dat er zoveel types zijn heeft trouwens voordelen. Het belangrijkste voordeel is dat ze allemaal andere eigenschappen hebben. Sommige types zijn veel beter bestand tegen ziekten. Het is een voorbeeld van biodiversiteit.

De buxus met wel heel kleine blaadjes is geen buxus maar een snelgroeiende kamperfoelie.

Maar hoe snoei je zo’n breed buxusperk? Er is een heel smal paadje tussen de buxusstruikjes en als je daarin stapt kun je ook het midden van de buxuswolken gemakkelijk snoeien.

Deze tuin is helemaal op mensenmaat én hij is eind juni te bezoeken in het kader van Open Tuinen van de Landelijke Gilden.

Buxus sempervirens (randpalm)
Euonymus fortunei var. radicans (bonte kardinaalsmuts)
Pauwlonia tomentosa     (Anna-pauwlonaboom)
Fagus sylvatica ‘Purpurea Pendula’ (treurbeuk)
Asplenium scolopendrium (tongvaren, nestvaren)
Epimedium x versicolor ‘Sulphureum’ (Elfenbloem)
Hedera     helix (klimop)
Buddleja davidii (vlinderstruik)
Buxus rotundifolia (grootbladige buxus)
Buxus ‘Aurea’ (goudkleurige buxus)
Buxus microphylla ‘Trompenburg’
Lonicera nitida (kamperfoelie)

Info:

De Buksboom
Raymond en Nadine Betsens-Haers
Eeklostraat 126
9971 Kaprijke (Lembeke)
www.debuksboom.be

Timothy Cools                           
Tuinarchitect
Maaldreef 39
9320 Nieuwerkerken
0486/75 67 67
www.tuinarchitectengroep-eco.be

Ontdek meer over Archief