Drie op een rij

21/06/2011 - 13:01

Bij deze opdracht moeten de spelers 3 pingpongballen van op verschillende afstand op de grond laten botsen zodat ze aan een uitgerolde vliegenvanger blijven plakken

Benodigdheden:

• 1 bezemsteel (1m40) + 1 vliegenvanger (bevestigd aan het uiteinde & uitgerold)
• 45 pingpongballen
• 1 hoepel 
• 3 startlijnen (op 3m50, op 4m50, op 5m50 van de hoepelrand)

Spelregels:

1) Vooraleer de opdracht begint staat speler A met de stok in de hoepel, waarin hij tijdens de hele opdracht moet blijven staan. Speler B staat aan de eerste startlijn, op 5,50m afstand. 
2) Na het startsignaal mag de speler aan de startlijn (speler B) de pot met pingpongballen vastnemen, en de eerste pingpongbal laten botsen zodat die aan de vliegenvanger blijft plakken.
3) Plakt de eerste pingpongbal aan de vliegenvanger, dan moet de speler achter de volgende startlijn gaan staan en een nieuwe bal laten botsen. (op 4,50m). Na een tweede bal die kleeft, verhuist de speler naar de laatste startlijn. (op 3,50m)
4) Speler A mag de stok tijdens het spel slechts met éénzelfde hand vasthouden.
5) Noch de vliegenvanger, noch de stok mogen de grond raken. De speler mag de vliegenvanger niet met het lichaam aanraken.
6) Wanneer een bal tijdens het spel loskomt van de vliegenvanger en op de grond valt, dan moet de speler een nieuwe bal tegen de vliegenvanger kleven. De speler mag dit doen vanaf de startlijn waarop hij op dat moment staat. (Dus terugkeren naar achter hoeft niet.)
7) Om de opdracht met succes te volbrengen moeten de spelers vanaf elke opgelegde afstand 1 pingpongbal aan de vliegenvanger laten plakken. De 3 ballen moeten gelijktijdig minstens 3 seconden blijven kleven.

Ontdek meer over Archief